Bakken • L
¿Cuál es el participio pasado del verbo 'Bakken'?
Apuntes
• Bakken Le participe passé : Gebakken (Hebben) Imparfait : Bakte/Bakten Ejemplo: We hebben een taart gebakken! Wat bakte hij gisteren? • Beginnen Le participe passé : Begonnen (Zijn) Imparfait : Begon/Begonnen Ejemplo: Ik heb de school begonnen. • Begrijpen Le participe passé : Begrepen (Hebben) Imparfait : Begreep/Begrepen Ejemplo: Zij begrepen het niet! Heb je me begrepen? • Bekijken Le participe passé : Bekeken (Hebben) Imparfait : Bekeek/Bekeken Ejemplo: Ik bekeek je niet! • Bezoeken Le participe passé : Bezocht (Hebben) Imparfait : Bezocht/Bezochten Ejemplo: We hebben Parijs bezocht. • Blijven Le participe passé : Gebleven (Zijn) Imparfait : Bleef/Bleven • Casser Le participe passé : Gebroken (Hebben) Imparfait : Brak/Brachten
Estudia con juegos interactivos
Sube tus apuntes y genera flashcards, examenes y mas con IA
Empezar gratis